Realisatie

Realisatie januari-december 2025

De tabel geeft inzicht in de begrote en gerealiseerde uren over het jaar 2025.  Naast de uren in absolute aantallen, treft u ook de verhouding tussen beide aan in procenten.


Met een realisatie van 102,0% ligt de totale realisatie hoger dan het begrote aantal uren van het jaarprogramma. Op teamniveau varieert de realisatie tussen de 88,3% en 117,3%, dit verschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de vraaggestuurde karakter van de werkzaamheden die onder team Sloop – Asbest, Geluid en Lucht en Vergunningverlening vallen.


Een specificatie van de realisatiecijfers kunt u via de volgende linkjes bekijken waarbij het gemiddelde van de onderste twee specificaties uitkomt op een realisatie van 102,0%:

1. Specificatie realisatiecijfers milieu

2. Specificatie realisatiecijfers sloop en asbest

Direct naar

Realisatie Milieu

Slooptaken 

Sinds juni 2022 is de Asbesttaak die ODMH voor de gemeente uitvoert uitgebreid. ODMH verzorgt de volledige afhandeling van sloopmeldingen, het toezicht en zo nodig de handhaving t.a.v. bedrijfsmatige en particuliere sloop. Ook valt de informatievoorziening en de afhandeling van klachten onder de overgedragen taken. De realisatie is met 117,3% hoger dan het gemiddeld aantal begrote uren. Dit gaat over de gehele breedte van de taak, dus vergunningverlening, toezicht en handhaving. 


Bodem & Archeologie 

Op het gebied van thema Bodem & Archeologie ligt de realisatie met 100,2% vrijwel exact op het begrote aantal uren. De realisatie van toezicht Bodem is achtergebleven op de begroting, maar het maatwerk en de raamcontractopdrachten loopt juist voor op de begrote realisatie. Voor de overige producten geldt dat ligt de realisatie binnen of boven de bandbreedte zit. 


Duurzaamheid 

Op het gebied van thema Duurzaamheid ligt de realisatie met 98.9% fractioneel lager dan het gemiddeld begrote aantal uren. We zijn op veel fronten hard aan de slag geweest, zoals onze inzet voor participatie in de energietransitie, lokale opwek, isoleren en besparen, verduurzaming bedrijventerreinen en de regionale samenwerking voor Groene Hart Circulair. Door een combinatie van personele omstandigheden is de realisatie op vlak van duurzaamheid nét niet op 100% uitgekomen.

Op het vlak van klimaatadaptatie (ook onderdeel van deze uren) is de realisatie achtergebleven op de begroting. In de gemeente Alphen aan den Rijn spelen enkele grote gebiedsontwikkelingen zoals Rijnhavengebied, Gnephoek (5.500 woningen, 60 hectare natuur en water), Euromarkt en Ridderveld. We hebben de gemeente, vaak in meerdere fasen, geadviseerd over klimaataspecten in de ontwikkelingen. Ook waren er daarnaast meer adviezen klimaatbestendig bouwen voor kleinere transformaties, bijvoorbeeld het herbestemmen van terreinen met bedrijfsmatig gebruik naar wonen. 

Voor de lokale stresstesten klimaatbestendigheid geldt dat we die niet hebben kunnen uitvoeren, maar wel is inzet geleverd op de voorbereiding voor de uitvoering in 2026. Daarnaast hebben we bijdragen verzorgd voor de Agenda groene leefomgeving en het Lokale hitteplan gezondheid. 


Geluid en Lucht 

Op het gebied van thema Geluid en Lucht ligt de realisatie met 88,3% lager dan het begrote aantal uren. Dit komt met name door het vraaggestuurde karakter van het werk. Zo is de advisering op kleinere ruimtelijke plannen voor zowel geluid als lucht achtergebleven bij het geplande aantal maar is de urenbesteding aan de geluidsadvisering over grotere advieszaken als handhavingsverzoeken bij warmtepompen en het bestemmingsplan Verkeersmaatregelen Hazerswoude-Dorp groter dan begroot. Ook is vraag vanuit de gemeente om advisering over evenementen en de controle daarvan middel van geluidsmetingen, zowel bemand als onbemand, achtergebleven bij de afspraken zoals deze in het jaarprogramma waren opgenomen.


Juridisch 

Op het gebied van thema Juridisch ligt de realisatie met 109,3% hoger dan het gemiddeld begrote aantal uren. Dit komt door het vraag gestuurde karakter van het werk, en een aantal zaken die hierin extra juridische aandacht vragen.  

Hoewel de Omgevingswet inmiddels al enkele jaren van kracht is, worden nog altijd veel zaken ter beoordeling aan de juristen voorgelegd vanwege wijzigingen in de wetgeving. De tijd die hiermee gemoeid is, wordt geboekt op het betreffende product en is daardoor niet zichtbaar in deze cijfers. 


ROM, Externe Veiligheid en Ecologie 

Op het gebied van thema ROM, Externe Veiligheid en Ecologie is de realisatie met 104.5% hoger dan het gemiddelde aantal begrote uren. Dit zit hem met name in een groei in maatwerk milieu bij ruimtelijke ontwikkeling waarin met name de Gnephoek veel tijd vraagt. Daarnaast is ook project “Milieu in Omgevingsplannen" intensiever gebleken dan voorzien. Hiervoor zijn in 2026 dan ook meer uren voor opgenomen.  


Toezicht en Handhaving 

Op het thema Toezicht en Handhaving ligt de realisatie met 98,6% net iets lager dan het gemiddeld begrote aantal uren. De vooraf afgesproken controles, die noodzakelijk zijn voor een adequaat handhavingsniveau, zijn vrijwel allemaal uitgevoerd. Er zijn enkele kleine uitschieters naar boven en beneden. Zo zijn er twee categorie 5-bedrijven minder gecontroleerd, doordat er bijvoorbeeld aanpassingen zijn gedaan in de milieucategorie of vertrek van een bedrijf. Bij categorie 4 zijn juist vier controles extra uitgevoerd. Dat kan komen doordat een controle van 2024 nog net in 2025 is uitgevoerd, of een wisseling in categorie. In totaal zijn 613 periodieke controles uitgevoerd, waarbij alle milieuaspecten worden gecontroleerd. Daarnaast zijn nog 93 aspectcontroles uitgevoerd. Dit zijn vaak klachtcontroles, bijvoorbeeld naar aanleiding van geluid- of geurklachten. Bij de vraaggestuurde producten, zoals bestuurs- en strafrechtelijk optreden, is het aantal bestede uren lager uitgekomen dan vooraf ingeschat. In het jaarprogramma 2026 is hiermee rekening gehouden door het aantal uren hiervoor naar beneden bij te stellen.


Vergunningverlening 

De realisatie binnen het thema Vergunningverlening bedraagt 115,2% en ligt daarmee hoger dan het aantal uren dat was begroot. Daarnaast waren er een paar opvallende zaken vanwege de complexiteit of de samenwerking met de gemeente.


Een belangrijk dossier betrof de actualisatie van de vergunning van een producent van kleefstoffen. Hierbij lag de nadruk op het aanscherpen van de luchtemissie-eisen, conform de afspraken uit het Schone Lucht Akkoord, dat ook door de gemeente is ondertekend. De procedure hierover vergt extra tijd vanwege de benodigde emissiemetingen en het bepalen van haalbare, maar ambitieuze grenswaarden. Deze procedure loopt nog door in 2026.


Daarnaast hebben wij de gemeente ondersteund bij de voorgenomen verplaatsing van een veevoederfabriek in Alphen aan den Rijn, in het kader van de ruimtelijke ontwikkelingen in Rijnhaven. Dit traject vroeg om een integrale beoordeling van milieuruimte, geurcontouren en toekomstige planologische kaders. Ook hebben wij advies verstrekt bij de ruimtelijke procedure over een groot metaalbewerkend bedrijf in Koudekerk aan den Rijn, waarbij met name de geluid- en emissieaspecten een rol speelden. Dit heeft geleid tot het afgeven van een gecombineerde omgevingsvergunning voor RO en milieu.


Verder hebben wij deelgenomen aan de provinciale projectgroep voor de transitie naar PFAS‑vrij blusschuim. Alle bedrijven met een automatische blusschuiminstallatie binnen ons werkgebied zijn benaderd en de specificaties van het gebruikte blusschuim zijn geanalyseerd. Dit heeft geleid tot nader onderzoek bij één bedrijf in de gemeente Alphen. In overleg met de ODMH wordt een plan van aanpak wordt opgesteld voor vervanging van het PFAS‑houdende blusschuim. De complexiteit zit hierbij in de mogelijke noodzaak tot aanpassing van de installatie, omdat alternatieve schuimsoorten andere technische eisen kunnen stellen. Ook deze procedure loopt nog door in 2026.


In 2025 is ook het project Indirecte Lozingen/ZZS gestart. Er is een selectie gemaakt van bedrijven die zijn aangeschreven voor een inventarisatie van hun gebruikte stoffen. In Alphen aan den Rijn betreft dit zes bedrijven. Alle aangeschreven bedrijven hebben de gevraagde informatie over hun gevaarlijke stoffen aangeleverd. Op basis van de aard en hoeveelheid van de gebruikte stoffen en de mate waarin deze worden geloosd, wordt bepaald welke vervolgstappen nodig zijn. Deze kunnen variëren van het aanspreken van een bedrijf op ongewenst gedrag tot het aanscherpen van de vergunning. De uitvoering hiervan staat gepland voor 2026.


In totaal zijn vijf vergunningen verleend voor het onderdeel milieu. Daarnaast zijn 18 maatwerkprocedures doorlopen, voornamelijk voor het lozen van brijn op het tweede watervoerend pakket. Dit brijn komt vrij bij het aanmaken van gietwater door bedrijven, met name in de sierteelt.