Highlights

Stikstof

De Raad van State deed eind december 2025 een ingrijpende uitspraak: Intern salderen van stikstofdepositie is vergunningsplichtig geworden. Intern salderen was sinds 2021 niet vergunningsplichtig, wat veel projecten tijd en geld bespaarde. De uitspraak maakte daar een einde aan: voortaan is een natuurvergunning wél vereist voor intern salderen, ook met terugwerkende kracht voor projecten uit de periode 2020–2025. Handhaving op deze groep wordt pas vanaf 2030 mogelijk, maar de verplichting geldt nu al.


Stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden

Op dit moment verleent de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) nog geen vergunningen op het gebied van stikstof. Dat is de omgevingsdienst die onze vergunningen voor activiteiten met stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden in de provincie Zuid-Holland coördineert. Dit komt doordat een deel van de benodigde toetsing voor de vergunning op dit moment nog niet uitvoerbaar is, onder andere vanwege het zogeheten ‘additionaliteitsvereiste’ uit dezelfde uitspraak. Dat wil zeggen dat getoetst moet worden of de ruimte die vrijkomt niet al nodig moet zijn voor de natuurverbetering (Natura 2000).


Aanvullende stikstofberekeningen nodig

De vergunningplicht bracht zorgen en onzekerheid bij initiatiefnemers en gemeenten. Extra tijd en onderzoek waren nodig. Projecten moeten aanvullende stikstofberekeningen laten uitvoeren en opnieuw laten toetsen of zij aan de regelgeving voldoen.


Memo, vragenuurtjes en presentaties

Wat heeft de ODMH in 2025 gedaan? Wij versterkten aan onze gemeenten de Memo “Stikstof intern salderen”. Daarin gingen wij in op de consequenties van de uitspraak van de Raad van State: wat betekent de jurisprudentie voor lopende projecten? We boden handvatten om de stikstof te berekenen. We merkten dat dit handvat voorzag in een behoefte. Indien gewenst, ontvingen gemeenten aanvullende vragenuurtjes en presentaties voor bijvoorbeeld beleidsadviseurs RO.

Voorwerk Gnephoek ontwikkeling – 5.500 woningen met voorzieningen en recreatie 

De ODMH leverde zijn input voor de MER, het Masterplan en het Omgevingsplan. De gemeente wil in de Alphense Gnephoekpolder een nieuw woonwijk realiseren. De kern van de ontwikkeling bestaat circa 5.500 woningen en de realisatie van 90 hectare water en groen, waaronder 60 hectare natuurgebied. De ontwikkeling van woningen in de Gnephoek past binnen de gemeentelijke Omgevingsvisie maar nog niet binnen het omgevingsplan van de gemeente en de vigerende Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) van de provincie Zuid-Holland. 


MER 

In de MER staan de effecten van de ontwikkeling van de Gnephoek, een nieuwe woonwijk. Dit gebeurt voor alle relevante thema’s die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving. Dit is nodig omdat bij een ontwikkeling van deze omvang (milieu)effecten niet op voorhand uit te sluiten zijn. Daarom is voor deze besluiten de procedure van de milieueffectrapportage (mer) en een Milieueffectrapport (MER) nodig. 


Het opstellen van het plan-/project-MER doen de provincie en gemeente gezamenlijk. De gemeente Alphen aan den Rijn is daarbij de coördinerende partij. SWECO stelt de milieueffectrapportage op.  

De milieueffectrapportage is inmiddels aangeleverd aan de MER Commissie. De ODMH sluit begin 2026 aan bij het adviesgesprek met de MER Commissie. 


Masterplan 

De ODMH las ook mee met de conceptversie van het Masterplan. Ons input is verwerkt in de definitieve versie van het Masterplan. De gemeenteraad stelde op donderdag 27 november 2025 het Masterplan Gnephoek vast. 


Omgevingsplan  

Nu de gemeenteraad het Masterplan vaststelde, wijzigt de gemeente het omgevingsplan voor de Gnephoek. De gemeente stelt de regels op en SWECO stelt de toelichting op. Diverse (milieu)onderzoeken uit de MER kunnen gebruikt worden. Echter wordt voor een aantal milieuaspecten aanvullend onderzoek uitgevoerd. Hierover overlegden de gemeente, SWECO en de ODMH verschillende keren.  


De ODMH blijft nauw betrokken bij de ontwikkeling van de Gnephoek. Dit project is een goed voorbeeld hoe verschillende partijen een project kunnen versterken wanneer ze in een vroeg stadium betrokken worden. 

Euromarkt – 700 woningen plus voorzieningen plint

Ook dit jaar is de ODMH betrokken bij de Euromarkt. Voor de ontwikkeling van de Euromarkt leverde de ODMH vorig jaar input voor de Nota van Uitgangspunten. Daarnaast beoordeelde de ODMH het concept TAM-omgevingsplan met alle onderzoeken. Dit jaar vond er een herbeoordeling plaats en waren er diverse afstemmingsoverleggen om milieu zo goed mogelijk in het plan te borgen. Ook was de ODMH de verbindende factor in de communicatie over externe veiligheid tussen de gemeente en de Veiligheidsregio. De gemeente legde het ontwerpplan ter inzage. Hier volgden een aantal zienswijzen uit. De ODMH hielp, voor de milieuaspecten, met de beantwoording van de zienswijzen. De gemeente heet het plan inmiddels gewijzigd vastgesteld.  

  

De ontwikkeling van de Euromarkt biedt de kans om te voldoen aan de toenemende vraag van de woningmarkt. Daarnaast geeft het de stad een moderne, duurzame uitstraling. De herontwikkeling transformeert het gebied. Vroeger was het bestemd voor bedrijven en perifere detailhandelsvestigingen. Nu komt er een nieuwe wijk met ongeveer 700 woningen en in totaal zo'n 5.250 m2 aan (commerciële) voorzieningen. Binnen dit nieuwe gebied is er ruimte voor het behoud van sommige bestaande functies.  

  

In het afgelopen decennium vond, met name door de ontwikkeling van het nabijgelegen stationsgebied, verdichting plaats rondom Euromarkt. De Euromarkt, centraal gelegen in Alphen aan den Rijn, biedt de mogelijkheid om het woonaanbod in de wijk Kerk en Zanen, nabij het station, zowel kwalitatief als kwantitatief te verbeteren. 

Bijenlandschap

In 2030 sluiten alle bijenlandschappen in Zuid-Holland op elkaar aan. Dat is het doel dat de Provincie Zuid-Holland heeft gesteld. Die doelstelling is alleen haalbaar als álle gemeenten aansluiten. Het idee hierachter is dat er voldoende voedsel (stuifmeel en nectar) en nestgelegenheden komen voor bijen. Om daar te komen, zijn de Zuid-Hollandse omgevingsdiensten samen met de gemeenten aan zet. Hiervoor krijgen we ondersteuning van Groene Cirkels Bijenlandschap, dat bij de Omgevingsdienst West-Holland (ODWH) is belegd.


Kleine stappen, nieuwe verbindingen

Wat is de rol van de ODMH? Alhoewel we kleine stappen hebben gezet in het versterken van het kennisnetwerk rond bijenlandschappen (we namen deel aan bijeenkomsten van Prachtlint in de Krimpenerwaard en de ODWH), is het in 2025 onvoldoende gelukt om dit echt goed van de grond te krijgen. Daarom besloten we om - onder leiding van de provincie - samen met de andere omgevingsdiensten in 2026 een serie gezamenlijke bijeenkomsten te organiseren. Want om de bijenlandschappen aan elkaar kunnen te rijgen, is het belangrijk om te investeren in een kennisnetwerk in de regio. Zodat we elkaar weten te vinden en bestaande initiatieven elkaar aanvullen. Alle gemeenten worden hiervoor uitgenodigd; zij kunnen daar onder andere inspiratie opdoen voor ecologisch maaibeheer en bijvriendelijke bermen. In 2025 zijn daar de eerste voorbereidingen voor gedaan.

Biodiversiteit

Soortenrijkdom, oftewel biodiversiteit, zorgt voor bestuiving van gewassen, schone lucht, fris water en goede kwaliteit van de bodem. Dat is belangrijk voor evenwicht in de natuur. Het is zorgelijk dat de biodiversiteit hard achteruit loopt in Nederland. Daarom staat dit op de speerpuntenlijst van de Regio Midden-Holland. De ODMH heeft een adviserende rol.


Ecologisch maaibeheer op één kaart

De stand van dieren en planten vormen een goede indicator van de biodiversiteit in een gebied. Om die reden is al eerder een regionale biodiversiteitskansenkaart opgeleverd.

Met gemeentegrenzen hebben bijen, vlinders en andere insecten natuurlijk niets te maken. Daarom leek het de gemeenten goed om letterlijk in kaart te brengen wat de verschillende maairegimes in de regio zijn, zodat inzichtelijk wordt waar kansen liggen om groene bermen aan elkaar te verbinden. We nodigden het waterschap en de provincie uit om ook hun informatie te delen via deze GIS-kaart, die in december online kwam.


Overkoepelend maaibeleid ‘on hold’

Aanvankelijk was het idee om aan de hand van de GIS-kaart een regionaal maaibeleid te ontwikkelen, maar daarvoor bleek de tijd nog niet rijp. De wens om bij te dragen aan een grotere soortenrijkdom, betere ecologische verbindingen en een gezondere bodem is er nog steeds, maar vraagt een langere adem. De verschillen in maairegimes tussen individuele gemeenten zijn op dit moment nog te groot. In goed overleg is daarom besloten dat gemeenten hier nu onderling mee verder gaan.


Cursus Kleurkeur van de Vlinderstichting

Afgelopen jaar boden we de gemeentelijke groenbeheerder een cursus Kleurkeur Basis aan. Dit is een cursus van de Vlinderstichting waarin deelnemers leren hoe je via bermen bij kunt dragen aan het herstel en behoud van de Nederlandse biodiversiteit. De gemeenten Zuidplas en Krimpenerwaard namen deel.

Werkgroep Biodiversiteit

De ODMH is trekker van de werkgroep Biodiversiteit waarin de vijf gemeenten van Regio Midden-Holland samen bekijken hoe de soortenrijkdom te verbeteren is. Het is waardevol elkaar regelmatig te treffen in de werkgroep, waar sinds 2025 ook Alphen aan den Rijn als praatpartner bij is aangeschoven. Er passeren namelijk ook andere onderwerpen, zoals Soorten Management Plannen (SMP’s) en exoten (en de bestrijding daarvan). De ODMH staat de gemeenten bij met advies en ondersteuning.