
Highlights
Wet- & regelgeving en stelselvernieuwing
Noordkade

De ODMH helpt de gemeente met de ambitie: “van bedrijventerrein naar woningen”. Zo brachten we in beeld welke bedrijven er nu zitten en later hebben we een bezoek gebracht om meerdere bedrijven ter plaatse te bekijken. Deze uitkomsten gebruikt de gemeente voor de omzetting van het bedrijventerrein Noordkade. Hiervoor werkt de gemeente aan een Omgevingsplan. Daarmee zet de gemeente het bedrijventerrein vast en wordt het een gebied waarbij wonen ook mogelijk wordt. Dit betekent dat er geen nieuwe bedrijven mogen komen. Daarna kijken we met de gemeente mee hoe we wonen op die specifieke plaats mogelijk maken. Het gebied ‘de Noordkade’ zal uiteindelijk bestaan uit wonen met kleine bedrijvigheid.
Omgevingswet: algemeen beeld

Werken onder de Omgevingswet is nog steeds wennen, voor zowel aanvragers van een vergunning (inwoners of bedrijven) als overheden. Wetgeving, rollen, de manier van werken; het is allemaal nog steeds behoorlijk nieuw. Toch is het goede nieuws in deze spreekwoordelijke ‘wittebroodsweken’: we werken alweer twee jaar in deze systematiek en maken goede stappen: Vergunningen worden verleend, we voeren toezicht uit en handhaven waar nodig. Gemeenten hebben de eerste programma’s en wijzigingen omgevingsplan vastgesteld, deze kunnen erg belangrijk zijn voor ons werk. De eerste jurisprudentie geeft al wat houvast in hoe de Omgevingswet te interpreteren.De Omgevingswet leverde onze dienst meer (administratief) werk op. De (financiële) consequenties daarvan moeten we nog preciezer in beeld krijgen. De aankomende paar jaar zullen bepalend zijn.
Samenwerking
De nieuwigheid van de Omgevingswet is er zeker nog niet af. Daarom is het goed dat we elkaar als gemeenten, provincie, ketenpartners en omgevingsdienst weten te vinden; we doen het samen. In 2025 zochten we elkaar op in regionale overleggen. Daar spraken we over de voortgang, samenwerkafspraken en het omgevingsplan.
Ook het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) is een punt van aandacht. Hoewel dit technisch goed loopt, is het nog steeds niet heel gebruiksvriendelijk. Aanvragers krijgen soms drie keer dezelfde vraag voorgeschoteld, omdat drie verschillende organisaties (bijvoorbeeld Rijk, waterschap en gemeente) bepaalde informatie willen verkrijgen. Ook vullen aanvragers gegevens niet in, wat voor ons betekent dat we regelmatig moeten navragen. Dit is een bekend probleem. Voor een echte aanpak van dit soort knelpunten zijn we afhankelijk van het Rijk.
Milieuthema's in omgevingsplannen

Met de invoering van de Omgevingswet kregen gemeenten een tijdelijk omgevingsplan dat bestond uit ruimtelijke plannen zoals voormalige bestemmingsplannen, gemeentelijke verordeningen en een set aan standaardregels die vanuit het Rijk aan gemeenten zijn overgedragen (bruidsschat). Gemeenten hebben tot 2032 de tijd om het tijdelijk omgevingsplan om te zetten naar een integraal omgevingsplan. De ODMH ondersteunt gemeenten bij deze opgave. We kijken daarbij ook naar wat aanvullend nodig is op basis van instructieregels van het Rijk en de provincie.
Gevraagd en ongevraagd advies
Gemeenten kozen voor een beleidsneutrale omzetting en volgen daarbij een eigen aanpak. De omgevingsdienst adviseert gevraagd én ongevraagd. Voor het gevraagd advies sluiten we aan op de vraagstelling van gemeenten. Het omgevingsplan wordt opgebouwd onder andere vanuit bruidsschatregels, instructieregels van het Rijk en instructieregels van de provincie. Per onderdeel geven we gericht (ongevraagd) advies. In 2026 delen we de uitkomsten. Daarnaast bereiden we beleidsrijke voorstellen voor, zoals voor lood in de bodem.
Uitvoerbaarheid
Vanuit onze rol bewaken wij ook de uniformiteit van regels tussen de gemeenten onderling. Het is immers van belang dat de VTH-taken op milieu uitvoerbaar blijven. Een toezichthouder moet er ter plaatse mee uit de voeten kunnen. Het is bovendien beter uitlegbaar voor initiatiefnemers dat buurgemeenten enigszins gelijke regels hanteren. Vanzelfsprekend houden uniforme regels de uitvoering bovendien betaalbaar.
Overleg
Er is maandelijks een regionaal overleg met alle gemeentelijke projectleiders omgevingsplan. Daarnaast hebben we individuele gesprekken met gemeenten over hun aanpak en over inhoudelijke vraagstukken.
Stap voor stap naar een definitief omgevingsplan
Verder volgen we landelijke ontwikkelingen, en vertalen dit naar gemeenten. Het blijft een ingewikkelde juridische puzzel, waarover we in nauw contact met de gemeenten blijven zodat we goed mogelijk kunnen inspelen op hun behoeften.

Basisregistratie Ondergrond (BRO)
Sinds 1 juli 2025 zijn overheden verplicht om alle bodemonderzoeken aan te leveren aan de Basisregistratie Ondergrond (BRO). Dat is een landelijke, centrale registratie van gegevens over bodem en ondergrond. Vanuit één digitale omgeving zijn deze gegevens vrij toegankelijk en inzetbaar voor ruimtelijke en integrale planvorming van zowel overheden als bedrijfsleven. Ook in het kader van Water en Bodem Sturend (WBS) is inzicht in de ondergrond belangrijk. De nieuwe wettelijke verplichting geldt voor zowel onderzoeken in eigen opdracht als onderzoeken ingediend binnen een wettelijk toetsingskader.
Twee registratieobjecten
Het registratieobject Milieuhygiënisch Bodemonderzoek (kortweg ‘SAD’, dit staat voor site assessment data) valt onder het domein Milieukwaliteit. Daarnaast is er nog een registratieobject: Overheidsbesluit bodemverontreiniging (SLD, oftewel site legal decision). Het SLD-object moet vanaf 1 januari 2026 ook in de landelijke database terecht komen.
Gegevensbeheer bodemkwaliteit
Gemeenten en provincie zijn bronhouders van de informatie over milieu, de omgevingsdienst heeft de rol van gegevensleverancier. Dat doen wij namens gemeenten en provincie. In het bodeminformatiesysteem (BIS) voeren wij data over de bodemkwaliteit in. Via een koppeling van onze softwareleverancier Nazca komen deze gegevens terecht in het BRO.
De gegevens komen via verschillende wegen tot ons. De meeste bodemonderzoeken komen bij ons binnen via de afdelingen BWT en ROM. Ook de gemeente laat wel eens een bodemonderzoek doen, bijvoorbeeld ter voorbereiding op civiele werken. Dat zijn óók gegevens die bij ons terecht moeten komen, zodat we alle bodemonderzoeken correct kunnen invoeren in het BIS.
Historische gegevens
Bodemonderzoeken die vóór 1 juli 2025 zijn gedaan, moeten we ook aanleveren in de landelijke database. Dit gebeurt in een bulk, waarvoor een overgangstermijn van vijf jaar geldt. Doordat we de data al goed op orde hadden, is 90% van de benodigde gegevens succesvol overgezet.
