
VTH-taken

Arie Kempkesweg 88
In 2019 legden wij een last onder dwangsom op tegen de bouw van een tuinhuis op het perceel Arie Kempkesweg 88 in Waddinxveen.
De rechtbank had in beroep uitspraak gedaan dat wij moesten afzien van handhavend optreden en het tuinhuis aanwezig kon blijven. Wij vonden deze uitspraak niet wenselijk, omdat deze de realisatie van bouwwerken in het voorerfgebied van percelen gedoogde. Wij hebben daarom zelf de hoger beroepsprocedure ingesteld.
In het hoger beroep vond de Raad van State dat er geen sprake was van een bijzonder geval waarbij het college had moeten afzien van handhavend optreden.
De Afdeling nam in overweging dat de bewoner het tuinhuis heeft gebouwd terwijl het college de omgevingsvergunning daarvoor had geweigerd.
In de overweging nam de Afdeling mee dat het bouwen zonder benodigde vergunning voor risico van de bewoner is. Tevens werd in de overweging meegenomen dat het tuinhuis in de vrije zichtlijn (zone van 5 meter) staat. Ook bij verplaatsen naar het achtererfgebied is dit het geval. Er is dus geen sprake van een bijzonder geval.
Het college heeft terecht geoordeeld dat het algemeen belang op de naleving van de regels hier voorrang had op het belang van de bewoner.
Dit betekent dat het college aan het algemeen belang van naleving van de regels en de openheid van het voorerfgebied een zwaarder gewicht mogen toekennen dan aan het belang van de bewoner om het tuinhuis te laten staan, aldus de Afdeling. Het beroep van het college is gegrond en de bewoner dient het tuinhuis te verwijderen. De Raad van State stelde een termijn waarbinnen het tuinhuis moet worden verwijderd.
Er is vastgesteld dat er voldaan is aan de lastgeving. Het tuinhuis is verplaatst op het perceel. De handhavingsprocedure is dan ook met succes afgerond.

Parapluplan Wonen
Op 19 december 2024 is het Parapluplan Wonen in werking getreden. Op grond van dit parapluplan is de term ‘Wonen’ nader gedefinieerd en worden diverse vormen van wonen op locaties in Waddinxveen uitgesloten, zoals kamergewijze bewoning. Bij constatering van kamergewijze bewoning hebben wij door het parapluplan een handvat om handhavend op te treden.
In 2025 hebben wij een handhavingsverzoek ontvangen ten aanzien van diverse adressen aan de Willem de Rijkelaan in Waddinxveen. Aan de hand van het nieuwe parapluplan zagen wij aanleiding om deze adressen te onderzoeken en concludeerden wij in eerste instantie dat op deze adressen een overtreding was. De overtreding betrof kamergewijze bewoning, waar slechts bewoning door één huishouden was toegestaan op grond van het parapluplan.
Wij hebben daarom de eigenaren van deze adressen aangeschreven om de overtreding te beëindigen. Eén eigenaar heeft de overtreding op zijn adres beëindigd. De eigenaar van de overige adressen deed een beroep op het overgangsrecht van het parapluplan. Het overgangsrecht houdt in dat indien gebruik al voor inwerkingtreding van een parapluplan is aangevangen en dit gebruik legaal was op grond van het toenmalige bestemmingsplan, dit gebruik geen overtreding is.
Dit beroep op het overgangsrecht hebben wij in onderzoek genomen en wij moesten concluderen dat het gebruik voor inwerkingtreding van het parapluplan was aangevangen. Er was dan ook ten aanzien van deze adressen geen overtreding waartegen wij handhavend konden optreden.
Met het oog op deze procedures stellen wij dat het Parapluplan Wonen in de toekomst opnieuw gebruikt kan worden als er bijvoorbeeld kamergewijze bewoning wordt geconstateerd en hierop gehandhaafd moet worden. Wel moeten wij hierbij in het achterhoofd houden dat opnieuw een beroep op het overgangsrecht kan plaatsvinden en kan slagen.

Illegale lozingen vanuit
glastuinbedrijven
Streng optreden voor schoon water
Door streng op te treden tegen herhaalde overtredingen verbeteren wij de waterkwaliteit in de watergangen van Waddinxveen. Dat is ons doel en onze verantwoordelijkheid binnen de Kaderrichtlijn Water (KRW). Uiterlijk 1 januari 2027 moeten de nationale waterkwaliteitsdoelen zijn gehaald.
Die deadline vraagt om gerichte actie.
De glastuinbouw vormt een belangrijk aandachtspunt. Lekkages en lekstromen naar bodem en water komen hier regelmatig voor. Het probleem zit niet alleen in de techniek, maar ook in het gedrag van ondernemers.
Na een melding van het waterschap HHSK over hoge nitraatwaarden controleerden wij een gerbera-kas. We troffen natte plekken, plassen en lekkende systemen aan. Voedingswater en gewasbeschermingsmiddelen sijpelden weg naar de bodem – een bodemlozing. Dit bedrijf kreeg in 2023 adviezen na een waterscan. In 2024 volgde een waarschuwing.
In 2025 constateerden wij opnieuw grote lekkages. We hebben een last onder dwangsom opgelegd en het OM onderzoekt strafrechtelijke vervolging. Dit is recidive, veroorzaakt door nalatig gedrag. Regelmatige controles door de ondernemer hadden dit kunnen voorkomen.
Wij blijven optreden in dit soort gevallen. Alleen zo realiseren we samen de KRW-doelen en zorgen we voor schoon water.
Polder Bloemendaal

Handhavingsproject Polder Bloemendaal
Wij constateerden in 2024 dat op gronden met de bestemming “Agrarisch” bouwwerken zijn gebouwd en terreinverharding is aangebracht. In een enkel geval is ook op de woonbestemming te veel aan bijbehorende bouwwerken gebouwd.
In maart 2025 vonden op de desbetreffende percelen controles plaats. In juli 2025 hebben de eigenaren in kwestie een constateringsbrief ontvangen met het verzoek de overtredingen te beëindigen. Daaropvolgend voerden wij met de meeste eigenaren telefonisch en op locatie gesprekken. Meerdere eigenaren hebben aangegeven behoefte te hebben aan een gesprek met de gemeente. In december 2025 vinden met 12 van de 13 eigenaren gesprekken plaats waarbij ook wethouder Kerssies aanwezig is. Na weging van alle reacties wordt de vervolgstap in het handhavingstraject bepaald.
De Polder Bloemendaal is een waardevol veenweidelandschap. Het bestemmingsplan ‘Ruimte voor Ruimte, Polder Bloemendaal’ heeft als doel om dit landschap te behouden en te verbeteren, en tegelijkertijd ruimte te geven aan natuur en bedrijvigheid.
Kromme Esse

Avondcontroles onthullen overtredingen bij garages
Om overlast en milieuschade te voorkomen, blijven wij garagebedrijven aan de Kromme Esse in Waddinxveen regelmatig controleren. De afgelopen maanden voerden wij samen met bouw- en woningtoezicht meerdere inspecties uit, naar aanleiding van klachten van omwonenden.
De bedrijven vallen op doordat er overdag weinig activiteiten zijn, terwijl ’s avonds juist overlast ontstaat. Daarom hebben wij ook in de avond gecontroleerd.
Tijdens de controles constateerden we diverse tekortkomingen. Voertuigen werden gewassen zonder vloeistofdichte vloer en zonder olie-/slibafscheider voor het afvalwater. Olie en afvalstoffen werden niet goed opgeslagen en afval werd niet afgegeven aan erkende verwerkers. Daarnaast bleek dat de huurders de Nederlandse taal slecht begrijpen, wat het uitleggen van milieuregels soms lastig maakt.
Wij blijven deze locaties regelmatig bezoeken om naleving van de regelgeving te bevorderen en waar nodig af te dwingen. Zo zorgen we samen voor een veilige en schone leefomgeving.

Overlast garageboxen
Sommige garageboxen staan vrij dicht bij woningen. Het komt voor dat omwonenden contact met ons opnemen omdat zij zich zorgen maken over de veiligheid daar, bijvoorbeeld wanneer zij jerrycans of spuitbussen zien staan. Of omwonenden hebben last van geluid, wanneer in de garagebox ‘s avonds laat nog wordt gesleuteld aan een auto. Buiten kantoortijden - ‘s morgens vroeg/ ‘s avonds laat of in het weekend - komen deze klachten binnen via onze wachtdienst. Wij nemen daarna zo snel mogelijk contact op met de melder, en beoordelen of een inspectie ter plaatse wenselijk is.
Milieucontrole ter plaatse
Sinds de Omgevingswet van kracht is, hebben we de mogelijkheid om de activiteit ter plaatse te controleren. Dus ook particuliere activiteiten kunnen wij aan een inspectie onderwerpen (voorheen was dat alleen voor bedrijfsmatige activiteiten).
Tijdens zo’n controle gaan we met de particuliere huurder van een garagebox in gesprek. We controleren in de eerste plaats of de milieubelastende activiteiten daar zijn toegestaan. Als voorbeeld, mag de huurder daar inderdaad spullen opslaan, hoe zit het met gevaarlijke stoffen? Of, als een huurder daar sleutelt aan een auto, houdt deze persoon zich aan de milieuregels zoals die ook voor een garagebedrijf gelden? Indien nodig, kondigen we een waarschuwingsbrief aan waarin staat welke punten moeten worden opgelost om een handhavingstraject te voorkomen.
Vuurwerk

Namens de Provincie Zuid-Holland voert de ODMH controles uit bij vuurwerkevenementen. Daarnaast heeft de ODMH de wettelijke taak om te inspecteren of de opslag van vuurwerk voldoet aan het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal, sinds de inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2024) en het Vuurwerkbesluit.
Vuurwerkevenementen
Voor het bedrijfsmatig tot ontbranding brengen van vuurwerk gelden strikte regels. Wanneer de totale hoeveelheid consumentenvuurwerk meer dan 200 kilogram bedraagt en/of wanneer er meer dan 20 kilogram pyrotechnische artikelen voor theatergebruik (PSE) worden toegepast, is een ontbrandingstoestemming (OT) verplicht. Deze toestemming wordt verleend door het bevoegd gezag (de provincie), nadat zowel de burgemeester, de veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) als de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) een verklaring van geen bedenkingen hebben afgegeven. Het vuurwerk mag uitsluitend worden ontstoken door personen met een geldig certificaat van vakbekwaamheid. Blijft de hoeveelheid onder bovengenoemde grenswaarden, dan volstaat een melding. Ook in dat geval moet de afsteker beschikken over een toepassingsvergunning.
Onze toezichthouders controleren ter plaatse of het vuurwerk wordt ontstoken volgens de aanvraag en de geldende wet- en regelgeving. Daarbij kijken zij onder andere naar veiligheidsafstanden, afzetting van het afsteekterrein, weersomstandigheden, aanwezigheid van gecertificeerde afstekers en blusmiddelen. Met deze controles voorkomen we onveilige situaties. In 2025 zijn tot december elf controles uitgevoerd bij vuurwerkevenementen. Daarnaast sturen onze vergunningverleners en toezichthouders regelmatig vooraf bij door aanvullende informatie op te vragen, zodat de ontbranding veilig kan plaatsvinden. Tot nu toe is in 2025 acht keer een melding gedaan voor het bedrijfsmatig afsteken van vuurwerk.
Opslag van vuurwerk
Gemeenten vragen - terecht - regelmatig aandacht voor de veiligheid van vuurwerkopslag en -verkoop, vooral op plekken met veel omwonenden. De ODMH controleert jaarlijks of alle opslagen van consumentenvuurwerk voldoen aan de veiligheidseisen. Dat doen wij samen met de veiligheidsregio (brandweer). Tijdens een zogenoemde ‘voorcontrole’ bezoeken we ieder jaar alle 27 opslagen van onze zes gemeenten. Dat gebeurt hoofdzakelijk in de maanden november en december. Tijdens deze voorcontroles kijken we of de opslagen bouwkundig aan alle regels voldoen, we beoordelen de brandwerendheid van de opslagen en we bekijken of de jaarlijkse keuringen van onder andere de sprinkler- en brandmeldinstallatie zijn uitgevoerd.
Als de opslag is goedgekeurd, kan de ondernemer drie dagen in december overgaan tot verkoop van het consumentenvuurwerk. Dan maken wij opnieuw een ronde langs alle opslagpunten, om te checken of de verkoop veilig verloopt. Tijdens de verkoopdagen controleren wij bijvoorbeeld of de maximaal toegestane opslagcapaciteit niet wordt overschreden, of de brandmeldinstallatie in bedrijf is, of de waterdruk van de sprinklerinstallatie in orde is, of er alleen consumentenvuurwerk verkocht wordt, of de maximale stapelhoogte in de bunkers niet wordt overschreden en of personeel op de hoogte is van de regels. Dit is een greep uit de punten van de digitale checklist waarmee wij werken op locatie.
Als gevolg van het algemeen vuurwerkverbod dat waarschijnlijk het nieuwe jaar ingaat, veranderen de taken en bevoegdheden van de omgevingsdienst op dit gebied. De verkoop van consumentenvuurwerk stopt in 2026.

Indirecte lozingen
Met het oog op mens en natuur, moet de waterkwaliteit van oppervlakte- en grondwater verbeterd worden. Dat staat in de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Het is aan gemeenten, provincie, waterschappen en omgevingsdiensten om hier uiterlijk 31 december 2027 invulling aan te geven. De omgevingsdienst heeft hier in 2025 aan bijgedragen met twee pilots en de ontwikkeling van een beleidsaanpak.
Pilot: bedrijven traceren
De omgevingsdienst gaat over indirecte lozingen. Indirecte lozingen zijn lozingen van afvalwater via het riool naar een rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI), waarna het gezuiverde water in het oppervlaktewater terechtkomt. Namens de gemeenten en de provincie zet de ODMH zich in om schadelijke stoffen in deze indirecte lozingen terug te dringen.
In samenwerking met de Provincie Zuid-Holland onderzochten we of een brede analyse van afvalwater bij vijf bedrijven een efficiënte methode is om prioritaire KRW-stoffen op te sporen. De pilot, gestart eind 2024 en afgerond begin 2025, liet zien dat deze aanpak niet doelmatig is.
Pilot: screening van veiligheidsinformatiebladen
In de tweede pilot brachten we probleemstoffen bij bedrijven in beeld via volledige screening op alle veiligheidsinformatiebladen. Een veiligheidsinformatieblad is een document dat informatie geeft over de eigenschappen van een chemische stof of mengsel, zodat gebruikers veilig kunnen werken.
Aan de hand van deze screening is het mogelijk om selectiever te zijn met de te analyseren stoffen. We stelden een bemonsteringsplan op, en lieten afvalwatermonsters analyseren in een laboratorium. In totaal controleerden we 9 bedrijven. Ook interviewden we een aantal bedrijven om na te gaan of zij bekend zijn met KRW-stoffen, zich bewust zijn van hun lozing en in hoeverre zij ondersteuning krijgen van hun brancheorganisatie.
Beleidsaanpak met afwegingskader
Om tot het grootst mogelijke effect te komen, is focus in onze inzet nodig voor deze nieuwe wettelijke taak. Daarom werkten we in 2025 aan een afwegingskader, waarin factoren zoals de aard van de geloosde stoffen, de omvang van de lozing van het bedrijf, de omvang van de RWZI en het oppervlaktewater waarop wordt geloosd worden meegewogen. De prioriteit ligt bij bedrijven die grote hoeveelheden KRW-stoffen lozen op wateren waar overschrijdingen optreden. Het is de bedoeling om de beleidsaanpak begin 2026 met de gemeenten door te nemen.
Verder speelt bewustzijn een grote rol. Ter illustratie: landelijk heeft zo’n 60% van de bedrijven geen kennis van zeer zorgwekkende stoffen (waaronder ook KRW-stoffen vallen) terwijl ze deze stoffen wel gebruiken. Daarom maken we ondernemers bekend met de risico’s voor milieu en gezondheid.
Ketentoezicht en toezichtsplannen

Ketentoezicht betekent dat we niet alleen toezicht houden op het individuele bedrijf, maar ook op de hele keten waarin dat bedrijf opereert. Denk aan de herkomst van grondstoffen, het productieproces, de verwerking van afvalstoffen en de afzet van eindproducten. Door deze bredere blik kunnen we milieuschadelijke praktijken eerder signaleren en aanpakken, en stimuleren we duurzame ketensamenwerking.
Toezichtsplannen
In de VTH-nota hebben we aangegeven dat we ketentoezicht willen versterken door middel van toezichtsplannen. Deze plannen bevatten doelstellingen, prioriteiten en aandachtspunten per bedrijf en helpen onze toezichthouders om gerichter te werken – vooral bij grote, complexe bedrijven.
Eén format
In totaal zijn 27 bedrijven geselecteerd voor een toezichtsplan: 8 provinciale en 19 gemeentelijke bedrijven. De verdeling over de gemeenten is niet gelijk; zo zijn er in Waddinxveen 2 bedrijven geselecteerd en in Alphen aan den Rijn 7. Begin dit jaar is een format ontwikkeld waarmee toezichthouders hun plannen opstellen. Alle toezichtsplannen zijn inmiddels klaar.
Ketentoezicht
De eerste maanden van dit jaar stonden in het teken van het inregelen van ketentoezicht. Sinds 1 mei is een medewerker gestart die zich specifiek bezig houdt met administratief toezicht en ketentoezicht. Deze medewerker draait ook mee in de Zuid-Hollandse Administratief Toezicht Pool (ATpool). Er wordt niet alleen naar provinciale bedrijven gekeken, maar ook naar gemeentelijke bedrijven, vaak actief in de afvalverwerking.
Ondermijning

De omgevingsdienst is bevoegd om elk pand (behalve woningen) te controleren op regels rondom (brand)veiligheid, gezondheid en bruikbaarheid. Dat maakt de ODMH een belangrijke ketenpartner voor gemeenten en politie om ondermijning tegen te gaan.
Ondermijningstafels
Ondermijning is een onwenselijke vervaging van normen en gevoel van onveiligheid doordat criminelen voor illegale activiteiten gebruik maken van legale bedrijven en diensten. In elke gemeente is een ondermijningstafel actief. De gemeente, politie en omgevingsdienst bespreken daar maandelijks signalen die bijvoorbeeld binnenkomen via Meld Misdaad Anoniem of vanuit de eigen gemeente.
Integrale controles
Verdachte situaties kunnen aanleiding zijn om een ‘integrale controle' te organiseren, waarin we (meestal) onaangekondigd op de stoep staan. In dat geval gaan we gezamenlijk poolshoogte nemen. We streven ernaar om in één controle meteen alles te inspecteren, zodat een ondernemer daar zo min mogelijk hinder van ondervindt. Indien gewenst breiden we het basisteam uit met andere disciplines, zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit, de Nederlandse Arbeidsinspectie, Stedin of de douane.
In de gemeenten Gouda, Waddinxveen en Zuidplas vindt gemiddeld 12 keer per jaar zo’n integrale controle plaats. In de Bodegraven-Reeuwijk is dat zo’n 9 keer per jaar, Krimpenerwaard en Alphen aan den Rijn hebben een eigen Bouw- en Woningtoezicht team dat controles uitvoert.
Ondermijningsmiddag
In 2024 kwamen nog 50 mensen af op de Ondermijningsdag, in 2025 is dat aantal doorgegroeid naar 90 deelnemers. Dit jaar stond het thema Uitbuiting centraal, waarover onder andere de Arbeidsinspectie en het HEIT-team van de politie een presentatie gaven. Ook de omgevingsdienst regio Arnhem was present. Met een VR-bril van het RIEC konden de deelnemers in de huid van een arbeidsmigrant kruipen. Ook was er een escaperoom van Ruth Adviseert waar je even in het leven van uitbuiting kon stappen.
Educatie
Helaas vinden criminelen steeds nieuwe wegen om de wet te omzeilen, dus de noodzaak om kennis en vaardigheden up to date te houden is groot. In 2025 investeerden we daarom in opleiding en educatie. Half december volgden we onder andere samen met onze ketenpartner Gouda een nuttige praktijktraining.
