
Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Project Gouwe Park
In de eerste vijf maanden van dit jaar pakten wij de handhaving van de ruimtelijke regelgeving op bedrijventerrein Gouwe Park actief op.
Wij voerden schouwrondes uit, waarbij wij alle (illegale) activiteiten inventariseerden waarvoor geen omgevingsvergunning is verleend. Op 42 verschillende percelen deden wij 55 constateringen. Inmiddels brachten wij 17 zaken in procedure. Voor de overige constateringen wordt nader onderzoek uitgevoerd om te bepalen welke vervolgstappen noodzakelijk zijn.
Het project zorgt voor meer duidelijkheid over wat wel en niet is toegestaan. Ook wordt voorkomen dat ongewenste situaties verder uitbreiden of structureel worden. Bij de ontwikkeling van Gouwe Park is veel aandacht besteed aan de uitstraling, inrichting en kwaliteit van de openbare en private ruimte. Met dit project stelt de gemeente het doel om die kwaliteit te behouden en dat ontwikkelingen plaatsvinden binnen de geldende regelgeving.
Rottekade 13 Zevenhuizen / voedselbos

Op 2 april 2026 verleenden wij een omgevingsvergunning voor het ontwikkelen van een natuurinclusieve akker met een voedselbos, tunnelkassen en zonnepanelen aan de Rottekade in Zevenhuizen.
De aanvraag was in strijd met de agrarische bestemming. De regels stonden uitsluitend agrarische bedrijfsuitoefening in de vorm van grondgebonden agrarische bedrijven toe. De nieuwe functies en het beoogde bedrijf vielen niet onder deze categorie.
Gelet hierop is de vergunning verleend met een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA), waarbij de gemeenteraad een bindend advies heeft afgegeven. De vergunning kwam tot stand in samenwerking met de gemeente, provincie, Recreatieschap Rottemeren en de ODMH.
Het perceel, circa 3 hectare groot, wordt omringd door de rivier de Rotte, de nabijgelegen Rotterdamse woonwijken (Nesselande, Zevenkamp en Ommoord), het dorp Zevenhuizen, de recreatiewoningen van De Bonk en het waterbergingsgebied, waaronder de Willem-Alexander Roeibaan. Het perceel wordt al vier generaties gebruikt voor agrarische activiteiten. Na de aanleg van de roeibaan, de waterberging en de woonwijk Nesselande zijn de agrarische activiteiten op dit perceel en in de gehele Eendragtspolder echter sterk teruggedrongen.
Om deze reden is door de eigenaar in een voortraject en in overleg met de gemeente gekeken naar kansen voor toekomstigbestendigde functies.
Binnen de gemeente is ruimte voor nieuwe vormen van agrarisch grondgebruik die positief omgaan met de bijzondere omstandigheden en als economische drager van de kwaliteiten van het landschap fungeren. Het gaat hierbij om integrale ruimtelijke opgaves met extensieve, innovatieve (vee-)teelt, in combinatie met lichte recreatie, energie-opwek, ecologie/biodiversiteit en natuur. Het plan bevat lichte boomteelt, recreatiemogelijkheid en brengt meerdere agrarische functies bij elkaar. Het planvoornemen is in lijn met het provinciale en gemeentelijke beleid en het beleid van het Recreatieschap Rottemeren.


Asbest
Wat deden wij voor asbest en sloop?
In de eerste 5 maanden van 2026 voerden wij de sloop- en asbesttaken uit zoals wij afspraken in het jaarprogramma.
Tabel hiernaast geeft getallen met prognose over de laatste week van de maand mei
Wij zagen een toename van de hoeveelheid sloopmeldingen ten opzichte van vorig jaar (75 stuks). Ten opzichte van vorig jaar zijn er 12% meer sloopmeldingen beoordeeld.
Bij de bedrijfsmatige sloopmeldingen valt het op dat de meldingen die onvolledig bleken nog steeds betrekking hebben op het ontbreken van verplicht aan te leveren gegevens en op afwijkingen in de wel aangeleverde gegevens. Aangezien in de eerste vijf maanden 8 procent is afgewezen, is er nog voldoende reden om van afwijkend gedrag te spreken. De inzet op de beoordeling van de sloopmeldingen laat zien dat bedrijven zich aan het aanpassen zijn. Gezien de taakuitvoering bij andere gemeenten is te verwachten dat bedrijven op termijn beter op de hoogte zullen zijn van wat er verwacht wordt bij het aanleveren van een sloopmelding.
Bij onvolledige sloopmeldingen aangeleverd door particulieren zien wij onverminderd dat particulieren asbestverdachte materialen willen verwijderen die door gecertificeerde bedrijven moeten worden verwijderd. Wij voerden op locatie inspecties uit wanneer bij een particuliere melding twijfels bestonden over de opgegeven te verwijderen asbestverdacht materiaal. De toezichthouder laat vaststellen of het om asbesthoudend materiaal gaat en of het materiaal voldoet aan de regels in het Besluit bouwwerken leefomgeving (voorheen Bouwbesluit 2012) voor particuliere verwijdering. Uit de uitgevoerde inspecties bleek dat in vier van de vijf gevallen niet werd voldaan aan de regels in dit besluit.
De in de tabel aangeven 4 op de 5 zaken sloopmeldingstoezicht, betreffen zaken waarbij wij op basis van de werkafspraken geen controle op locatie uitvoeren. Deze zaken worden administatief beoordeeld op volledigheid en gesloten zonder afrekening.
De asbest en sloop gerelateerde Klacht/melding betrof een asbestdumping in zogenaamde big bags. Uit controle is gebleken dat de big bags zelf geen asbesthoudend materiaal bevatten, echter in de omgeving bleken tussen de vegetatie restanten (stukjes en brokjes) verspreid te liggen. In relatie tot deze klacht/melding is recent een constateringsbrief verzonden. Het betreft hier een lopende zaak.
Advies en toezicht evenementen

Voor evenementen geven wij met name bouwkundig advies over podiums, festivaltenten, tijdelijke bruggen en andere bouwwerken.
Ook houden we toezicht tijdens de plaatsing/bouw van de beoordeelde bouwwerken. Deze controles worden meestal integraal door de diverse disciplines uitgevoerd. Denk hierbij aan samenwerking met de gemeente Zuidplas, politie, brandweer en GHOR.
In de eerste vijf maanden van 2026 adviseerden wij over 1 evenement, te weten Trekkertrekkie. Door de organisatie is een statische berekening ingediend voor de tijdelijke tribune die door de ODMH is beoordeeld. Tijdens de opbouw van de tribune voerden wij ter plaatse een controle uit.

Voormalige watertoren, Uiterwaard 2a, 2b en 2c Moordrecht
In 2022 verleenden wij een omgevingsvergunning voor het realiseren van drie appartementen in de voormalige watertoren aan de Uiterwaard in Moordrecht. Dit gebouw is een rijksmonument. Destijds is door omwonenden tegen de omgevingsvergunning bezwaar, beroep en hoger beroep ingesteld. In 2024 is de omgevingsvergunning voor de drie appartementen onherroepelijk geworden door de uitspraak van de Raad van State.
Half 2025 ontvingen wij een verzoek om handhaving. Er zou een vierde appartement in het gebouw zijn gerealiseerd. Naar aanleiding van dit verzoek voerden wij ter plaatse een controle uit. Wij zagen dat in het souterrain en op de begane grond een vierde appartement was ingericht. Dit appartement was nog niet bewoond. Voor deze vierde woning is geen omgevingsvergunning verleend.
De fietsenberging, zoals opgenomen in de in 2022 verleende omgevingsvergunning, bleek niet aanwezig omdat op deze locatie het vierde appartement is gerealiseerd.
Handhaving en bezwaar
Wij legden daarom op 2 februari 2026 aan de eigenaar van het gebouw een last onder dwangsom op om de vierde woning te verwijderen en de ruimtes in overeenstemming te brengen met de in 2022 verleende omgevingsvergunning. Eventuele ontstane schade aan het rijksmonument moet ook ongedaan gemaakt worden.
Tegen deze last onder dwangsom is bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is momenteel nog in behandeling.
Aanvraag omgevingsvergunning
Op 5 januari 2026 werd een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het legaliseren van het vierde appartement. Momenteel is deze aanvraag nog in behandeling. Samen met uw adviseurs ruimtelijke ordening en erfgoed beoordelen wij of legalisatie mogelijk is.
Ontwikkeling aanvragen en vooroverleggen

De cijfers tot en met mei 2026 laten zien dat de vraag naar vergunningverlening en vooroverleggen hoog blijft. Na een duidelijke groei in 2025 stabiliseren de aantallen in 2026 op een hoger niveau dan in 2024. Dit betekent dat de werkdruk structureel toeneemt.
Omgevingsvergunningen
Het aantal omgevingsvergunningen steeg van 576 in 2024 naar 690 in 2025 (+20%) en blijft in 2026 met 674 aanvragen vrijwel stabiel. Ook het aantal vooroverleggen is toegenomen van 187 in 2024 naar 230 in 2025 (+23%) en blijft met 222 in 2026 op een vergelijkbaar niveau. Deze ontwikkeling bevestigt dat de vraag naar ondersteuning bij ruimtelijke initiatieven hoog blijft.
BOPA's
Een afwijkend beeld is zichtbaar bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). Na een sterke stijging van 77 in 2024 naar 108 in 2025 (+40%), daalt het aantal in 2026 naar 69. Dit wijst op schommelingen in de vraag, mogelijk als gevolg van tijdelijke ontwikkelingen of beleidsmatige keuzes.
Het overall beeld is dat de vraag naar vergunningverlening en vooroverleg structureel hoog blijft, terwijl specifieke typen aanvragen, zoals BOPA’s, sterker kunnen fluctueren. Dit vraagt om flexibiliteit in de inzet van capaciteit en een continue afstemming op de ontwikkelingen in de regio.

Regionale doelen 2026 BWT
In de Nota VTH 2023–2026 zijn de belangrijkste prioriteiten en doelen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving vastgelegd. Jaarlijks kiezen we een aantal doelen waarop we extra inzetten. Hieronder lichten we toe wat we tot dusver in 2026 hebben bereikt.
Optimaliseren werkprocessen onder de Omgevingswet
De invoering van de Omgevingswet heeft grote impact op werkprocessen en samenwerking. In de eerste helft van 2026 heeft de ODMH stappen gezet om deze processen verder te stroomlijnen. Werkprocessen zijn geoptimaliseerd en geïntegreerd in het zaaksysteem (RX). Hierdoor ontstaat een meer eenduidige en efficiënte werkwijze voor medewerkers. Deze ontwikkeling loopt door in de komende jaren. Door processen verder te verbeteren, kan de ODMH gemeenten beter en consistenter ondersteunen bij vergunningverlening en toezicht.
Inzicht in effecten van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb)
De ODMH heeft eerste inzichten verzameld over de gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Deze inzichten zijn gebaseerd op praktijkervaring in 2024 en 2025 en zijn besproken met het Algemeen Bestuur in maart 2026. Op basis hiervan zijn gemeenten geadviseerd over onder andere leges en de verwerking van de Wkb in het omgevingsplan. Hiermee krijgen gemeenten beter zicht op de impact van deze wet op toezicht en handhaving.
Voorkomen van handhaving door inzet minnelijk traject
De ODMH zet in op het voorkomen van escalatie door vroegtijdig in gesprek te gaan met betrokkenen. Via een minnelijk traject wordt gezocht naar oplossingen voordat formele handhaving nodig is. Dit gebeurt door per situatie te beoordelen of mediation kansrijk is, relevante partijen te betrekken en het gesprek laagdrempelig te organiseren. Deze aanpak blijkt effectief: circa 60% van de dossiers wordt inmiddels zonder formele handhaving opgelost.
Hiermee wordt niet alleen sneller duidelijkheid geboden aan betrokkenen, maar wordt ook de druk op handhavingsprocedures verminderd.
Tegengaan van ondermijning
De ODMH speelt een coördinerende rol bij het signaleren en aanpakken van ondermijnende activiteiten. In 2026 is gestart met een pilot volgens de Bibob-methodiek. Hierbij wordt onderzocht of er risico’s zijn bij vergunningaanvragen, bijvoorbeeld door herkomst van investeringen of betrokkenheid bij strafbare feiten.
Binnen deze pilot werken verschillende teams samen aan onderzoek en informatie-uitwisseling met partners zoals politie, justitie en de Belastingdienst. De eerste resultaten laten zien dat deze werkwijze helpt om risico’s eerder te signaleren en beter onderbouwde besluiten te nemen.
VTH Bouw- & Woningtoezicht
