Ontwikkeling aanvragen en vooroverleggen

De cijfers tot en met mei 2026 laten zien dat de vraag naar vergunningverlening en vooroverleggen hoog blijft. Na een duidelijke groei in 2025 stabiliseren de aantallen in 2026 op een hoger niveau dan in 2024. Dit betekent dat de werkdruk structureel toeneemt. 


Omgevingsvergunningen
Het aantal omgevingsvergunningen steeg van 576 in 2024 naar 690 in 2025 (+20%) en blijft in 2026 met 674 aanvragen vrijwel stabiel. Ook het aantal vooroverleggen is toegenomen van 187 in 2024 naar 230 in 2025 (+23%) en blijft met 222 in 2026 op een vergelijkbaar niveau. Deze ontwikkeling bevestigt dat de vraag naar ondersteuning bij ruimtelijke initiatieven hoog blijft. 


BOPA's

Een afwijkend beeld is zichtbaar bij de buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (BOPA’s). Na een sterke stijging van 77 in 2024 naar 108 in 2025 (+40%), daalt het aantal in 2026 naar 69. Dit wijst op schommelingen in de vraag, mogelijk als gevolg van tijdelijke ontwikkelingen of beleidsmatige keuzes. 


Het overall beeld is dat de vraag naar vergunningverlening en vooroverleg structureel hoog blijft, terwijl specifieke typen aanvragen, zoals BOPA’s, sterker kunnen fluctueren. Dit vraagt om flexibiliteit in de inzet van capaciteit en een continue afstemming op de ontwikkelingen in de regio.


Regionale doelen 2026 BWT

n de Nota VTH 2023–2026 zijn de belangrijkste prioriteiten en doelen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving vastgelegd. Jaarlijks kiezen we een aantal doelen waarop we extra inzetten. Hieronder lichten we toe wat we tot dusver in 2026 hebben bereikt. 


Optimaliseren werkprocessen onder de Omgevingswet 

De invoering van de Omgevingswet heeft grote impact op werkprocessen en samenwerking. In de eerste helft van 2026 heeft de ODMH stappen gezet om deze processen verder te stroomlijnen. Werkprocessen zijn geoptimaliseerd en geïntegreerd in het zaaksysteem (RX). Hierdoor ontstaat een meer eenduidige en efficiënte werkwijze voor medewerkers. Deze ontwikkeling loopt door in de komende jaren. Door processen verder te verbeteren, kan de ODMH gemeenten beter en consistenter ondersteunen bij vergunningverlening en toezicht. 


Inzicht in effecten van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) 

De ODMH heeft eerste inzichten verzameld over de gevolgen van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Deze inzichten zijn gebaseerd op praktijkervaring in 2024 en 2025 en zijn besproken met het Algemeen Bestuur in maart 2026. Op basis hiervan zijn gemeenten geadviseerd over onder andere leges en de verwerking van de Wkb in het omgevingsplan. Hiermee krijgen gemeenten beter zicht op de impact van deze wet op toezicht en handhaving. 


Voorkomen van handhaving door inzet minnelijk traject 

De ODMH zet in op het voorkomen van escalatie door vroegtijdig in gesprek te gaan met betrokkenen. Via een minnelijk traject wordt gezocht naar oplossingen voordat formele handhaving nodig is. Dit gebeurt door per situatie te beoordelen of mediation kansrijk is, relevante partijen te betrekken en het gesprek laagdrempelig te organiseren. Deze aanpak blijkt effectief: circa 60% van de dossiers wordt inmiddels zonder formele handhaving opgelost. 

Hiermee wordt niet alleen sneller duidelijkheid geboden aan betrokkenen, maar wordt ook de druk op handhavingsprocedures verminderd. 


Tegengaan van ondermijning 

De ODMH speelt een coördinerende rol bij het signaleren en aanpakken van ondermijnende activiteiten. In 2026 is gestart met een pilot volgens de Bibob-methodiek. Hierbij wordt onderzocht of er risico’s zijn bij vergunningaanvragen, bijvoorbeeld door herkomst van investeringen of betrokkenheid bij strafbare feiten. 


Binnen deze pilot werken verschillende teams samen aan onderzoek en informatie-uitwisseling met partners zoals politie, justitie en de Belastingdienst. De eerste resultaten laten zien dat deze werkwijze helpt om risico’s eerder te signaleren en beter onderbouwde besluiten te nemen.


Aanpak illegale (bouw)werken
Plassengebied

Handhaving illegale (bouw)werken Plassengebied

Fase II van het project “onbebouwde percelen Plassengebied” is nagenoeg voltooid. Sinds eind 2025 zijn nog enkele brieven verstuurd. Dit waren voornamelijk brieven waarin het sluiten van de procedure wordt meegedeeld. In twee zaken is vertraging ontstaan. In die zaken moet de dwangsombeschikking nog worden verstuurd. 


 Aanhouding handhavend optreden specifieke bouwwerken  


In de vorige maandrapportage deelden wij al mede dat handhavend optreden wordt aangehouden tegen bepaalde bouwwerken. Dit zijn bouwwerken die strikt genomen in strijd zijn met het Omgevingsplan, maar waarvoor het college toch toestemming wil geven. Dit vanwege de kennelijk grote behoefte van grondeigenaren aan die bouwwerken. De herziening van het bestemmingsplan waarin mogelijkheden worden opgenomen voor dergelijke (bouw)werken (verhardingen, perceelafscheidingen, surfplankstellingen en kweekkastjes) is nog niet gereed. Zodra de herziening gereed is moet worden bepaald in welke opvolgende fase van het project deze (bouw)werken alsnog worden opgepakt. 


Bouwrecht bij splitsing perceel 


Reeds eerder is geschreven over het bijzondere geval waarin vijf huurders hun gehuurde perceel kochten van dezelfde eigenaar. Zij dachten dat zij allen hun (illegale) bouwwerken mochten behouden. Ze rekenden op een bouwrecht per perceel en de verkopende eigenaar had ze kennelijk in die waan gelaten. De vijf nieuwe eigenaren waren dan ook ontsteld toen er slechts één bouwrecht bleek te zijn voor één berging van 14 m3. Hoe kan één enkele berging onder vijf eigenaren worden verdeeld? De enige oplossing die wij konden aanreiken was het bouwen van vijf aan elkaar geschakelde bergkisten van elk maximaal 2,8 m3. Vijfmaal 2,8 m3 is immers 14 m3. Het aldus ontstane bouwsel is wellicht niet door het bestemmingsplan voorzien, maar paste daar qua afmetingen wel in. Wij hebben de grenzen van wat het bestemmingsplan mogelijk maakt maximaal opgerekt en op 29 januari 2026 is een omgevingsvergunning verleend voor de geschakelde bergkisten. Soms leidt handhavend optreden tot de onverbiddelijke last onder dwangsom. Soms (niet altijd) kan met actief en oplossingsgericht meedenken en overtuigingskracht handhavend optreden worden voorkomen en een win-winsituatie worden bereikt. 


Fase III 


Ook rondden wij de voorbereidende werkzaamheden af voor fase III. Deze fase heeft betrekking op het gebied 'Achterwetering'. Dit gebied oogt als een langgerekte eilandengroep en ligt als scheidslijn tussen de plassen Nieuwenbroek en Kalverbroek in. Ten aanzien van de voorgaande fase in het handhavingsproject, is de Achterwetering veel dichter begroeid en zijn meerdere percelen voorzien van een woonbestemming. Het meest in het oog springende verschil met de voorgaande fase, is dat de Achterwetering onmogelijk kan worden bereikt via land. Wij hebben de 18 percelen binnen deze fase bepaald en voeren in het tweede kwartaal van 2026 controles uit. Hierna schrijven wij de perceeleigenaren aan op wiens percelen zich overtredingen voordoen. Zij krijgen dan eerst een termijn om de overtreding(en) zelf te beëindigen. Als het omgevingsplan legalisatie van de overtreding mogelijk maakt, wijzen wij de eigenaar op de mogelijkheid om de overtreding te beëindigen door een omgevingsvergunning aan te vragen.


Aanpak illegale (bouw)werken
Buitengebied

Project aanpak illegale (bouw)werken buitengebied 

In 2026 zijn wij gestart met de eerste handhavingszaken binnen het project aanpak illegale (bouw)werken buitengebied. Dit project richt zich op illegale bebouwing en strijdig gebruik in het buitengebied van Bodegraven-Reeuwijk. Het gaat vooral om situaties waarbij bouwen of gebruik niet past binnen de agrarische bestemming of plaatsvindt buiten het bouwvlak, zoals opslag, verhardingen, schuren en bedrijfsactiviteiten op agrarische gronden. 

  

Binnen het project zijn inmiddels 84 percelen in beeld gebracht. Omdat het buitengebied groot is en het per perceel om veel en/of omvangrijke overtredingen gaat, is gekozen voor een gefaseerde aanpak. Voorts verwachten we in veel zaken bezwaar en beroep in het kader van handhavingsprocedures. Met u is daarom afgesproken om jaarlijks maximaal acht handhavingsprocedures te starten.  

  

Eerste resultaten in 2026 

In de eerste vijf maanden van 2026 zijn wij al met zes van de acht handhavingszaken gestart. Eén zaak bestaat uit drie deelzaken, vanwege de perceelsindeling. Dit jaar pakken wij daarom 10 zaken op. Voor deze zaken voerden wij controles uit en verrichtten wij dossieronderzoek. Dit dossieronderzoek omvatte ook onderzoek in het gemeentearchief en het streekarchief. Dit was nodig om vast te stellen welke bouwwerken op het perceel wel of niet zijn vergund en om de ontstaansgeschiedenis van bouwwerken en gebruik in kaart te brengen. 

  

Uit de eerste controles blijkt dat op meerdere percelen sprake is van opslag, verhardingen en bebouwing buiten het bouwvlak. Ook zijn situaties aangetroffen waarbij agrarische gronden worden gebruikt voor bedrijfsactiviteiten of wonen. Een deel van de overtredingen bestaat al langere tijd. Daarvoor is aanvullend archiefonderzoek nodig. Ook vragen bepaalde situaties om een uitgebreidere juridische toetsing en ruimtelijke en planologische beoordeling voordat verdere stappen in handhavingsprocedures kunnen worden gezet. 

  

In bepaalde gevallen vonden wij geen vergunning voor ter plaatse aangetroffen woningen. Gezien de ingrijpende gevolgen van uitzetting ui woningen en sloop van woningen gaan wij terughoudend om met handhavend optreden tegen die woningen.  

  

Vier zaken bevinden zich inmiddels in de fase van ruimtelijke advisering. Deze advisering wordt gedaan door uw eigen adviseurs op het gebied van onder andere stedenbouw. Drie zaken bevinden zich nog in de onderzoeksfase: juridische toetsing of archiefonderzoek. In één (deel)zaak is na de controle ter plaatse gebleken dat geen sprake is van een overtreding. Verder is één zaak nagenoeg rijp voor verzending van de aanschrijving naar de eigenaar.  

  

Zoals hiervoor beschreven is gekozen voor een uitgebreide aanpak. Elk gebouw, bouwwerk en vorm van gebruik wordt getoetst en als sprake is van strijdigheid die niet kan worden gelegaliseerd, wordt handhavend opgetreden. De verantwoordelijk wethouder gaf groen licht voor de aanpak van de eerste handhavingszaken binnen dit project. In de tweede helft van 2026 versturen wij de eerste aanschrijvingen, de zogeheten constateringsbrieven.  


Dammekant/Burgemeester
​​​​​​​Kremerweg, Bodegraven

Burgemeester Kremerweg 


In december 2025 ontvingen wij de aanvraag omgevingsvergunning voor de bouw van 40 kleinschalige wooneenheden/appartementen aan de Dammekant/Burgemeester Kremerweg. 


 Deze locatie kwam voor deze ontwikkeling in beeld, omdat de verkeersbestemming in dit plangebied aan de rand van de woonkern niet (meer) nodig is. Gezien de behoefte aan betaalbare (huur)woningen is dit plan door de woningbouwvereniging (Mozaïek Wonen) ontwikkeld. Om de ontwikkeling mogelijk te maken is in 2024 specifiek hiervoor een bestemmingsplan vastgesteld. Het gebouw zal bestaan uit vier bouwlagen met appartementen tussen de 50 en 72 vierkante meter. Het gaat om sociale huurappartementen die vooral geschikt zijn voor starters.  


Wij verleenden de omgevingsvergunning in maart 2026. Inmiddels ontvingen wij bezwaarschriften tegen de omgevingsvergunning. Deze behandelen wij de komende maanden.  


De Groendijck, Driebruggen

Burgemeester Kremerweg 


Op de plek van het voormalige gemeentehuis van Driebruggen (De Groendijck 20a), waar de laatste jaren de brandweerkazerne, een aannemersbedrijf en een autobedrijf waren gevestigd, wordt een nieuw woonwijkje gerealiseerd. In januari 2023 is hiervoor een postzegelbestemmingsplan vastgesteld. In december 2025 ontvingen wij twee vergunningaanvragen voor de bouw van veertien grondgebonden woningen en negen (huur)appartementen. In mei 2026 verleenden wij deze omgevingsvergunningen.  


Het appartementengebouw markeert de entree van het dorp en bestaat uit twee geschakelde delen met drie bouwlagen. Het gaat om een kleinschalig appartementengebouw dat past binnen de dorpse bebouwing van Driebruggen. Wat betreft de doelgroep gaat het om appartementen ten behoeve van o.a. starters en/of ouderen. Aansluitend op de bestaande lintbebouwing langs De Groendijck zijn vier vrijstaande woningen en een korte rij van drie geschakelde woningen geprojecteerd. Deze woningen versterken het profiel van de herkenbare dorpse hoofdstructuur aan De Groendijck. Aan de zijde van het Westeinde vormen nog eens vier vrijstaande landschapswoningen een ontspannen overgang naar de omliggende water- en verkavelingsstructuur aan het Westeinde. Tegenover het appartementengebouw staat een tweede blok met drie aaneengebouwde woningen. 



Oude Markt, Bodegraven

Verduurzaming van de Dorpskerk Oude Markt 1, Bodegraven 


Op 1 december 2025 ontvingen wij een vergunningaanvraag voor de restauratie en verduurzaming van de Dorpskerk te Bodegraven (Rijksmonument 9751). Voor het nemen van een besluit op deze aanvraag volgen wij de uitgebreide vergunningprocedure, vanwege de ingrijpendheid van de wijziging aan dit rijksmonument. Voordat deze aanvraag werd ingediend, hebben wij tijdens een vooroverleg-traject samen met de kerkrentmeester, zijn gemachtigde en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit overleg gevoerd over de mogelijkheden. Dit deden wij ook ter plaatse. 


De Dorpskerk (ook wel de St. Galluskerk) is in het rampjaar van 1672 grotendeels verwoest. In 1674 is de kerk opnieuw opgeleverd met een volledig herbouwd schip. In 1761 is het Lodewijk XV-stijl orgel gerealiseerd, gemaakt door orgelbouwer Hendrik Hermanus Hess. Vervolgens volgden in de negentiende en twintigste eeuw diverse uitbreidingen en ingrijpende restauraties. De laatste grondige restauratie vond plaats van 1968 tot 1973, door architect Piet van der Sterre.  


De huidige vergunningaanvraag heeft betrekking op zowel onderhoud, verduurzaming als verbouwing. De in 1971 aangebrachte vloerverwarming zal vervangen worden, waarbij de waardevolle vloerafwerking behouden blijft. Daarnaast worden binnen-voorzetramen geplaatst worden ten behoeve van de verduurzaming en zal een nieuwe verwarmingsinstallatie worden toegevoegd. Verder zullen een aantal doorgangen teruggebracht worden en zal de inrichting van de kerk wijzigen om te voldoen aan de wensen van de Hervormde Gemeente. 


Momenteel ligt het plan ter beoordeling bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Wanneer deze positief adviseert, wordt het plan voorgelegd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Als beide adviezen positief zijn, wordt door ons een ontwerpbeschikking opgesteld en ter inzage gelegd. 



Dorpsweg, Reeuwijk dorp

Dorpsweg (St. Catharinahof), Reeuwijk-Dorp 


Aan de Dorpsweg 7 in Reeuwijk-Dorp staat de voormalige maalderij van de R.K. Coöperatieve Landbouwvereniging St. Catharina. Dit gebouw, dat bekend staat als St. Catharina, wordt sinds 1980 gebruikt als kaaspakhuis. Het hoofdgebouw is, voor zover dat dateert uit 1915, aangewezen als gemeentelijk monument. Nu de functie als kaaspakhuis is beëindigd, is er ruimte voor woningbouw in het gebouw en ook achter het gebouw.  


In 2024 is specifiek voor dit plan een postzegelbestemmingsplan vastgesteld. Vervolgens is in juli 2025 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor de woningbouw achter het gebouw. Momenteel is deze aanvraag nog bij ons in behandeling. Voorafgaand aan deze aanvraag behandelden wij verzoeken om vooroverleg.  


De woningbouw wordt gerealiseerd aan een Hof op een eiland, met verschillende woningtypen. Dit groene hof met daaraan hoogwaardige architectuur geeft de woningen op dit eiland een eigentijds karakter. Het gaat om twaalf rijwoningen verdeeld over drie blokken. Aansluitend aan één van deze blokken worden drie gestapelde woningen gerealiseerd. Achter op het eiland worden zeven vrijstaande woningen gerealiseerd. 



Werkproces vernieuwing:
BWT gaat toetsen op
​​​​​​​klimaatadaptatie

In april 2026 is de eerste omgevingsplanwijziging van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk in werking getreden. Een belangrijk en nieuw onderdeel in deze planwijziging bestaat uit regels voor klimaatadaptatie.  


Wij hebben deze regels samen met u ontwikkeld. Samen onderzochten wij welke onderdelen van het Convenant Klimaatadaptatie geschikt zijn om te vertalen naar regels in het omgevingsplan. Dit resulteerde in een drietal onderwerpen waarvoor nu specifieke bouwregels zijn opgenomen in het omgevingsplan. Het gaat om waterbergend vermogen, warmtewerende oppervlakten en vloerpeilen.  


Gevolg van deze regels is dat nu bij ieder nieuw hoofdgebouw en bij bepaalde nieuwe bijbehorende bouwwerken moet worden beoordeeld of aan de nieuwe regels wordt voldaan. Wij kijken of het bouwwerk op voldoende hoogte wordt gebouwd, voldoende warmtewerende oppervlakten heeft en het perceel voldoende waterbergend vermogen heeft.  


Om de eerste toetsing aan deze regels voor u te kunnen doen zijn in het werkproces nieuwe adviesprocessen toegevoegd. Deze processen heten 'advies klimaat' en 'advies vloerpeilen'. Onze vergunningverleners beoordelen of de juiste gegevens zijn ingediend. De uiteindelijke beoordeling zelf wordt door uw medewerkers uitgevoerd. Het advies dat wij van uw medewerkers ontvangen verwerken onze vergunningverleners in de besluitvorming.  



VTH Bouw- & Woningtoezicht