
Highlights
Duurzaamheid & energietransitie
Energiesysteem en netcongestie Midden-Holland

Het elektriciteitsnet in Midden-Holland raakt vol. Dit beperkt de mogelijkheden voor nieuwe en zwaardere aansluitingen en kan gevolgen hebben voor woningbouw, bedrijven en de energietransitie. De ODMH ondersteunt gemeenten bij het omgaan met deze ontwikkelingen en het vinden van oplossingen.
Eind 2024 hebben netbeheerders vastgesteld dat in het gebied Zuid-Holland Noord sprake is van netcongestie. Dit betekent dat de capaciteit van het elektriciteitsnet onder druk staat. In de huidige situatie is nog beperkt ruimte beschikbaar, maar er dreigt op termijn een volledige aansluitstop, zoals die al in andere regio’s voorkomt.
Vanaf 1 juli 2026 gelden nieuwe landelijke regels voor de verdeling van de schaarse capaciteit. Daarbij krijgen partijen die bijdragen aan het verminderen van netcongestie voorrang, gevolgd door toepassingen die essentieel zijn voor veiligheid, woningbouw en maatschappelijke voorzieningen. Andere aanvragen, zoals van bedrijven en particuliere uitbreidingen, moeten hierdoor langer wachten.
Aanpak en samenwerking
Om de gevolgen van netcongestie te beperken, werken provincie en gemeenten samen aan een regionaal actieplan. Dit plan richt zich op maatregelen voor de korte termijn en wordt naar verwachting na de zomer van 2026 vastgesteld.
Tegelijkertijd wordt gewerkt aan het energiesysteem van de toekomst. De provincie ontwikkelt hiervoor het provinciale Meerjarenprogramma Infrastructuur en Klimaat (pMIEK). Dit programma brengt toekomstige knelpunten in beeld en verkent oplossingen, zodat nieuwe congestie zoveel mogelijk wordt voorkomen.
Rol van de ODMH
De ODMH ondersteunt gemeenten bij deze opgave. Wij doen dit onder andere door:
het beschikbaar stellen van een ‘digital twin’ van het energiesysteem, waarmee gemeenten en regio inzicht krijgen in mogelijke ontwikkelingen en ruimtelijke gevolgen;
het organiseren van kennisdeling binnen de regionale werkgroep Energiesysteem en Netcongestie;
het bijdragen aan het regionale actieplan netcongestie;
het ondersteunen van de bestuurlijke afstemming, zoals de voorbereiding van de Energieraad;
het verbinden van kennis over het energiesysteem met andere beleidsterreinen.
Met deze inzet helpt de ODMH gemeenten om beter onderbouwde keuzes te maken in een situatie waarin de beschikbare ruimte op het elektriciteitsnet onder druk staat.
Groene Hart Circulair


De ODMH draagt actief bij aan de circulaire economie via het platform Groene Hart Circulair. Binnen dit netwerk werken overheden, bedrijven en onderwijs samen aan het slimmer omgaan met grondstoffen en het verminderen van afval.
De ODMH is betrokken bij meerdere actielijnen en vervult daarin verschillende rollen. Zo trekken wij de regionale gedragscampagne Koop tweedehands, waarin inwoners worden gestimuleerd om vaker tweedehands producten te kopen. Daarnaast zijn wij actief betrokken bij initiatieven gericht op ondernemers, circulaire ketens en onderwijs.
In de eerste maanden van 2026 heeft de ODMH gemeenten ondersteund bij de voorbereiding en uitvoering van deze campagne. Zo begeleidden wij de gemeente Bodegraven-Reeuwijk bij het uitwerken van interventies en zijn in Molenlanden en Alphen aan den Rijn pilots voorbereid, inclusief een nulmeting en keuze van campagneaanpak. In overleg met de gemeente is de start van de pilot in Kaag en Braassem verplaatst naar 2027.
Ook in het onderwijs zet de ODMH stappen. Wij werven basisscholen voor reparatielessen, waarmee kinderen bewust worden van hergebruik en grondstoffen. Daarnaast neemt de ODMH deel aan regionale samenwerkingen, zoals de Reparatiecoalitie Zuid-Holland en initiatieven rond circulaire bedrijvigheid, waaronder de hout- en metaalsector.
Door deze inzet verbindt de ODMH gemeenten, onderwijs en ondernemers en brengt kennis en uitvoering bij elkaar in de praktijk.
Participatie havenfront Zeeheldenbuurt

De gemeente onderzoekt de mogelijkheden om alle bestaande gebouwen en woningen in de Zeeheldenbuurt aan te sluiten op een warmtenet. Dit doet de gemeente samen met Firan en Woonforte. De ODMH levert een projectleider en gedragsexpert voor het onderdeel participatie en communicatie. Dit doet de ODMH al sinds de zomer van 2024.
Opstellen uitvoeringsplan participatie
In 2025 stelde het college een participatie- en communicatiestrategie vast. Deze strategie beschreef de kaders voor de aanpak. Begin 2026 vertaalden we dit in een concreet uitvoeringsplan met activiteiten voor de wijk. Hierin hanteren we vier belangrijke bouwstenen: relatie opbouwen met de buurt; ondersteuning van A tot Z; informeren en inspireren; en klankbordgroep in de Zeeheldenbuurt. De eerste activiteiten zijn al gestart. Ook stemmen we de te plannen activiteiten nauw af met de algemene en technische projectplanning.
Activiteiten in de wijk
In februari organiseerden we de eerste koffiemomenten in de wijk. Toen konden inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren op een laagdrempelige manier in gesprek met medewerkers van de gemeente en Woonforte. Zij konden hun vragen stellen, zorgen delen en kennismaken met de mensen die aan het project werken. Ongeveer 60 mensen kwamen langs. Dit gaf ons een goed beeld van welke vragen en zorgen er in de wijk spelen. We beantwoorden de individuele vragen direct. Maar actualiseerden ook de algemene vragen & antwoorden op de website. Alle informatie gebruiken we ook voor volgende activiteiten.
In juli staan twee informatiemarkten op de planning. Hier gaan we verder met inwoners in gesprek. Dat doen we aan de hand van 6 tafels. De tafels hebben een eigen thema: bijvoorbeeld een tafel over de techniek van een warmtenet, informatie voor huurders of hoe de gemeente helpt bij isoleren & besparen. Ook de medewerkers van de gemeente, Woonforte en Firan zijn er dan bij. Er is ook ruimte voor vragen en om uit te leggen waar we staan in het proces.
Participatiebureau Diep ondersteunt de ODMH bij de uitvoering van de participatiebijeenkomsten. Net als in 2024 en 2025 werken we nauw samen met communicatie, partners Firan en Woonforte, en de gemeentelijke projectleider.

Gemeentelijke warmteprogramma's
Gemeenten staan de komende jaren voor een grote opgave: het geleidelijk aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Het warmteprogramma is daarbij een belangrijk instrument. Hierin leggen gemeenten vast hoe zij deze transitie vormgeven en welke stappen zij de komende jaren zetten.
Met nieuwe wetgeving, zoals de Wet collectieve warmte en de Wet gemeentelijk instrumentarium warmtetransitie, krijgen gemeenten meer mogelijkheden om regie te voeren. Ook zijn structurele middelen beschikbaar gesteld om deze opgave uit te voeren.
Het warmteprogramma is een verplicht onderdeel onder de Omgevingswet. Na vaststelling volgt een lange uitvoeringsperiode tot 2050, met een verwachte piek in de uitvoering rond 2035. Dit vraagt om tijdige keuzes en een goede voorbereiding.
Rol van de ODMH
De ODMH ondersteunt gemeenten bij het opstellen en uitvoeren van het warmteprogramma. Wij doen dit onder andere door:
het organiseren van kennisuitwisseling via regionale werkgroepen over warmte en isolatie;
het ondersteunen van de lokale aanpak voor energiebesparing en isolatie, onder andere via communicatie en gezamenlijke projecten;
het uitvoeren van onderzoeken, zoals de inzet van soortenmanagementplannen;
het voorbereiden en bundelen van trajecten, zoals de plan-milieueffectrapportage (plan-MER), die nodig is voor de warmteprogramma’s.
Met deze ondersteuning helpt de ODMH gemeenten om goed onderbouwde keuzes te maken en de energietransitie stapsgewijs en uitvoerbaar vorm te geven.

Inzet persluchtmeter
De ODMH zet sinds kort een persluchtmeter (Leakshooter) in bij energiecontroles. Met dit meetinstrument kunnen ook kleine, niet-hoorbare lekkages in persluchtsystemen worden opgespoord. Dit helpt bedrijven om energieverlies te voorkomen.
Voor het gebruik van het apparaat hebben medewerkers een training gevolgd. De Leakshooter werkt met ultrasone geluidsgolven, waardoor lekkages zichtbaar worden die met het gehoor niet te detecteren zijn. Juist deze kleinere lekkages kunnen op termijn leiden tot onnodig energieverbruik.
De Leakshooter is inmiddels meerdere keren ingezet bij bedrijven. Daarbij blijkt dat lekkages vooral voorkomen bij aansluitingen en onderdelen van het persluchtsysteem. Veel ondernemers controleren zelf al op lekkages door te luisteren, maar zijn zich er niet altijd van bewust dat ook niet-hoorbare lekkages kunnen optreden.
Door deze lekkages in beeld te brengen, kunnen bedrijven relatief eenvoudig maatregelen nemen. Dit leidt tot energiebesparing en lagere kosten. Het opsporen en verhelpen van persluchtlekkages is bovendien een erkende energiebesparende maatregel.
