Realisatie

Realisatie januari-mei 2026

De tabellen geven inzicht in de begrote en gerealiseerde uren over de eerste 5 maanden van het jaar. Naast de uren in absolute aantallen, treft u ook de verhouding tussen beide aan in procenten. Na 5 maanden is een totale productie van 42% gewenst.


Met een realisatie van 41,5% ligt de totale realisatie van Milieu in lijn met wat er in totaal gemiddeld in het jaarprogramma begroot is.


De grootste uitschieters bij milieu zijn Sloop / Asbest en ROM, EV en Ecologie. Bij deze teams gaat het om vraag gestuurde producten. Het team Juridisch, Geluid en Lucht en Toezicht en Handhaving hebben een achterstand waarbij verwacht wordt dat deze in de loop van het jaar ingehaald zal worden.


De specificatie van de realisatie cijfers zijn te downloaden via de volgende linkjes waarbij het gemiddelde van de onderste twee specificaties uitkomt op een realisatie van 41,5%.

  1. 202605 Tabellen milieu Krimpenerwaard 5MR 2026.pdf
  2. 202605 Tabellen BWT Krimpenerwaard 5MR 2026.pdf

Direct naar

Realisatie Milieu

Voor werkzaamheden op het gebied van Asbest is het geleverde aantal uren met 51,2% hoger dan het gemiddeld aantal begrote uren (42%). Het houden van toezicht op de sloopmeldingen is een vraag gestuurd product en betreft alleen het bedrijfsmatig verwijderen van asbest. We hebben hier dus weinig invloed op. Met name de hoeveelheid BVV.07 Melding Sloopactiviteit is op dit moment aan de hoge kant (53%), evenals de de BH.01.1 constateringsbrief (124%), weliswaar zijn voor het laatste maar 40 uren begroot.


Voor werkzaamheden op het gebied van Bodem en Archeologie is het geleverde aantal uren met 40,3% conform begroting. Voor de archeologieproducten (BA.14) lopen we iets achter. Daarentegen krijgen we meer aanvragen voor de MBA saneren (BA.22.1) en graven boven interventiewaarde (BA.22.3) binnen. Beiden zijn vraag gestuurd.


De realisatie voor werkzaamheden op het gebied van Duurzaamheid loopt voor op de begroting, namelijk 44,0%. Hieraan ligt o.a. een intensievere inzet aan het begin van het jaar aan ten grondslag (ondersteuning bij coalitieonderhandelingen). Daarnaast zijn projecten in het kader van natuur-en duurzaamheidseducatie afgerond en ligt ook het project MCO voor op de begroting. Samen met de betrokken partijen wordt gekeken hoe deze uren het beste kunnen worden opgevangen. Dit blijft een aandachtspunt voor de komende periode. Op basis van de huidige inzichten en planning verwachten wij dat de totale inzet over het gehele jaar aansluit bij de begrote uren.

Op het gebied van klimaatadaptatie loopt de realisatie voor op de verwachting. Het zwaartepunt van de inzet ligt in de eerste helft van het jaar. We hebben de resultaten uitgewerkt van de stresstesten die in 2025 zijn uitgevoerd, vervolgens de risicodialogen uitgevoerd en uitgewerkt, zijn gestart met het project “meetbaarheid klimaatadaptiviteit” en hebben de quickwins voor woningbouwverenigingen in beeld gebracht.


Voor werkzaamheden op het gebied van Geluid en Lucht is het geleverde aantal uren met 33,7% lager dan het begrote aantal uren. Dit wordt met name veroorzaakt door het achterblijven van de advisering ten aanzien van ruimtelijke plannen.


Voor werkzaamheden op het gebied van Juridisch is het geleverde aantal uren met 20,7% een stuk lager dan het gemiddeld aantal begrote uren. Dit komt door het vraag gestuurde karakter van het werk.


Voor werkzaamheden op het gebied van ROM, Externe Veiligheid en Ecologie is het geleverde aantal uren met 48.6% hoger dan de begrootte 42%. We zien een kleine plus in het maatwerk ROM, waar niet 1 zaak eruit springt, maar heel veel zaken zorgen voor een mooi resultaat. Daarnaast ook een kleine plus bij project Milieu in Omgevingsplannen. Er zijn nog weinig zaken opgepakt op gebied van Externe Veiligheid en zo middelen de verschillende disciplines elkaar uit.


Voor de werkzaamheden op het gebied van toezicht en handhaving ligt de realisatie met 38,5% bijna in lijn met het gemiddeld begrote aantal uren. Bij categorie 2 is sprake van een lichte voorloop, terwijl categorie 4 en 5 een beperkte achterstand laat zien. Aangezien dit planbare producten betreft die gespreid over het jaar worden uitgevoerd, is de verwachting dat deze afwijkingen in de loop van het jaar zullen verdwijnen en dat de realisatie voor deze onderdelen rond de 100% zal uitkomen.

De uitvoering van de aspectcontroles (vraaggestuurd) blijft vooralsnog achter. Vaak neemt het aantal meldingen en klachten in de zomerperiode toe, waardoor naar verwachting ook het aantal uitgevoerde aspectcontroles zal stijgen.

Bij de bestuursrechtelijke zaken en beoordelen rapportage verplichting lopen we ook voor. Dit zijn vraaggestuurde producten. Het is even afwachten of deze trend zich voorzet.

Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat de totale realisatie aan het einde van het jaar op circa 100% zal uitkomen.


De werkzaamheden binnen het team Vergunningverlening hebben tot nu toe meer uren gevraagd dan begroot. Dat komt doordat het werk sterk afhankelijk is van de aanvragen en milieumeldingen die binnenkomen.


Dit jaar hebben wij vier omgevingsvergunningen verleend voor onder andere de tijdelijke opslag van asfaltgranulaat en de uitbreiding van een melkveehouderij. De uitbreiding van de melkveehouderij is voor het onderdeel natuur (stikstofdepositie) gerealiseerd door toepassing van extern salderen.



Daarnaast hebben meerdere meldingen behandeld.



Zoals beschreven in het jaarprogramma loopt er een (meerjarig) project voor Zeer Zorgwekkende Stoffen, de doelstelling uit de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het Circulair Materialenplan (CMP). In de eerste helft van het jaar richtten wij ons op de uitvraag naar het gebruik van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) bij vergunningplichtige bedrijven. Deze bedrijven moeten hun emissies van ZZS‑houdende stoffen – die ook binnen de KRW relevant kunnen zijn – registreren in het landelijke database, het e‑MJV. Alle aangeschreven bedrijven reageerden, waarna wij de relevante bedrijven verzochten hun emissies te rapporteren.